Tips
Het Rookkanaal:
De werking van het rookkanaal wordt vaak onderschat. Het is de motor achter de kachel, een rookkanaal met een te grote of te kleine diameter kan slecht werken om de rookgassen af te voeren. Zo ook een te kort of een te lang rookkanaal of een kanaal met teveel bochten. Over het algemeen is een rookkanaal met een lengte tussen de 4 en 7 meter optimaal met een rookgas diameter die net zo groot is als de uitgang van de kachel .
Een stenen schoorsteen trekt vaak slechter dan een dubbelwandige geisoleerde schoorsteen, de isolatie zorgt dat de rookgassen warm blijven waardoor stijging ontstaat. Rookgassen onder de 60 Graden Celcius geven condensvorming, waardoor als het ware vocht met roet langs de pijp terug vloeit. Rookgassen die de kachel verlaten zijn circa 200-250 graden en moeten dus zolang mogelijk warm gehouden worden voor de optimale trek.
Onder de 100 Graden Celcius wordt er sintel oftewel creosoot gevormd, dit is een brandbaar kristalachtig teer, veel schoorsteenbranden zijn hiervan de oorzaak.
Het inregenen bij een rookkanaal is sterk af te raden; een kap of trekkap plaatsen is noodzakelijk.
Wanneer rookgassen in de woning komen in plaats van afvoer door de schoorsteen, dan heeft dit vaak een volgende mogelijke oorzaak:
- de schoorsteen zit verstopt
- de trekkap met gaas zit verstopt door roetvorming(slechte verbranding)
- er worden te veel roetgassen gevormd door bijv. nat hout of bewerkt hout
Haardhout:
De allesbrander bestaat niet, een kachel brandt op hout, houtbriketten of bruinkoolbriketten.
Haardhout wordt in Nederland op 2 manieren verkocht, gedroogd en oven-gedroogd
Bij deze laatste vorm bent u verzekerd dat u goed hout stookt. Gedroogd hout moet minstens 2 jaar gekloofd droog liggen onder een afdak. Uitzondering op de regel is Eikenhout, deze moet gezien de loogstoffen die in het hout zitten 3 jaar lang zonder afdak gehouden worden, daarna 2 weken droog opslaan en is dan pas stookklaar. U merkt dat dit een lang proces is, waar menig houtaanbieder zich niet mee bezig houdt, zodat er helaas veel slecht eikenhout wordt aangeboden.
Eiken en Beukenhout zijn in Europa de harde houtsoorten en gewild als stookhout. Ze hebben een vaste massa en zijn gewichtig en branden langer tegenover andere houtsoorten. Een mix van houtsoorten is vaak aan te bevelen, hout wat snel ontbrandt en hout wat langer brandt. Uw houtleverancier kan u alles vertellen over welke houtsoort geschikt voor u is (bijvoorbeeld www.haardhout.com).
Aansteken van de Houtkachel:
Kranten en vluchtige of vloeibare brandstoffen zijn slecht om een kachel mee aan te steken. De kachel gaat van omgevingstemperatuur te snel naar een veel hogere temperatuur, waardoor schade kan optreden. De materialen moeten rustig op temperatuur komen, zoals een koude start bij een auto. Het beste maakt u de kachel aan met onze TT fire en wat dun (pallet) hout. Zet de luchtschuiven optimaal open, zodat de schoorsteen wordt opgewarmd voor een goede trek.
Het bijvullen van een houtkachel:
Het bijvullen van een houtkachel doet men het beste in de zogenaamde gloeifase, dit is de optimale verbranding. Tijdens deze fase zijn er nauwelijks vuile rookgassen. Open de deur langzaam tot op een kier. De kachel zal nu gaan doorstromen en er ontstaat meer trek in het kanaal. Wacht even een paar seconden en bepaal welke hoeveelheid hout u gaat plaatsen in de stookkamer. Open nu langzaam de deur en vul de brandkamer, sluit de deur weer langzaam. Bij een hoogrendement houtkachel levert 1 kG hout circa 4 kW/ uur op. Op de stookbeschrijving staat welke hoeveelheid hout u mag plaatsen zowel minimaal als maximaal.
Het ombouwen van boven naar een achter uitgang:
Sommige kachels zijn zowel voorzien van een boven als een achteruitgang. Vaak worden de kachels standaard aangeleverd met een uitgang van boven. Wanneer u een achter uitgang wenst moet u de bovenuitgang uitwisselen met de dichte flens aan de achterzijde.
Soms is het noodzakelijk om de vlamreflectie plaat (boven in de stookkamer) er even uit te halen om de dichte flens via de stookkamer te krijgen.
Afstand tot brandbare en niet brandbare materialen.
Let u op dat een kachel erg heet kan worden, zo ook de rookgassen en het kanaal. Een veilige afstand tot brandbare materialen is noodzakelijk. In de bijgeleverde instructies staan de afstanden van de betreffende kachel tot brandbare materialen. Over het algemeen wordt 20 cm gehanteerd tot brandbare materialen bij convectie kachels en 10 cm tot onbrandbare materialen. Bij rookkanalen enkelwandig wordt 20-40 cm tot brandbare materialen gehanteerd en 10-15 cm tot onbrandbare materialen.




